Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld: wat verandert er?

Vanaf 1 januari 2026 gaan rechters werken met aanbevelingen voor de begroting van smartengeld. In dit blog leg ik uit wat smartengeld is, waarom er nieuwe regels komen en wat de belangrijkste aanbevelingen zijn.

Lonne van den Broek

1/5/20263 min read

1 U.S.A dollar banknotes
1 U.S.A dollar banknotes

Wat is smartengeld?

Smartengeld is een financiële vergoeding voor slachtoffers die lichamelijke of geestelijke schade hebben gelden door de schuld van iemand anders. Denk aan pijn, verdriet, angst of het verlies van levensvreugde na een ongeluk of misdrijf. Het doel van smartengeld is het leed enigszins te verzachten. De rechter bepaalt hoeveel smartengeld een slachtoffers krijgt.

Smartengeld is alleen bedoeld voor het lijden zelf, dus voor schade die niet direct in geld is uit te drukken. Heb je bijvoorbeeld medische kosten, inkomensverlies of schade aan je auto? Dan valt dit onder ‘vermogensschade’ of ‘letselschade’. Hiervoor kun je een andere schadevergoeding krijgen. Dit blog gaat enkel over smartengeld.

Waarom nieuwe aanbevelingen?

Tot nu toe werd de hoogte van het smartengeld vooral bepaald aan de hand van eerdere rechterlijke uitspraken, die zijn verzameld in de ANWB Smartengeldgids. De uitspraken liepen nogal uiteen, waardoor het lastig was om te voorspellen hoeveel smartengeld iemand zou krijgen. Dit leidde dan ook tot veel discussies in de rechtszaal. Daarnaast zorgde het voor onzekerheid en soms voor ongelijkheid.

Om meer duidelijkheid en voorspelbaarheid te bieden, heeft de Raad voor Rechtsbijstand aan deskundigen van de Erasmus Universiteit Rotterdam gevraagd om een hulpmiddel te ontwikkelen. Dit heeft geleid tot de ‘Rotterdamse Schaal’. Op basis hiervan zijn aanbevelingen opgesteld die vanaf 1 januari 2026 als richtlijn gaan gelden.

De aanbevelingen op een rij

Aanbeveling 1: Rotterdamse schaal als uitgangspunt

De Rotterdamse schaal ordent verschillende soorten letsel en normschendingen naar ernst en geeft per categorie een bandbreedte van bedragen waarbinnen het smartengeld meestal zal liggen. De rechter kiest binnen deze bandbreedte een passend bedrag, waarbij vooral wordt gekeken naar de aard en ernst van het letsel, de duur van het herstel en de impact op het dagelijks leven of werk van het slachtoffer. Op deze manier zijn veel persoonlijke en maatschappelijke gevolgen al meegenomen. Alleen bij bijzondere omstandigheden mag een rechter afwijken. Dit moet een rechter dan uitdrukkelijk en zorgvuldig toelichten in de motivering van het smartengeld.

De Rotterdamse schaal is dus niet bindend, maar biedt rechters wel houvast. De schaal wordt regelmatige geactualiseerd en houdt rekening met maatschappelijke ontwikkelingen.

Aanbeveling 2: extra opslag voor jonge slachtoffers

Kinderen tot en met 14 jaar krijgen standaard 25% extra bovenop het vastgestelde basisbedrag smartengeld. Voor jongeren van 15 tot en met 29 jaar geldt een opslag van 15%. Eerst wordt het basisbedrag smartengeld bepaald, daarna wordt deze verhoging toegepast. De reden hiervoor is dat jonge mensen nog een heel leven voor zich hebben en langer moeten leven het de gevolgen van het letsel.

Aanbeveling 3: extra opslag bij opzet en ernstige verwijtbaarheid

Als het letsel is veroorzaakt door opzet of ernstige schuld, kan de rechter het smartengeld verhogen met 10 tot 25%.

Aanbeveling 4: combinatie van opslagen mogelijk

De extra opslag voor jonge slachtoffers en die voor opzet of ernstige verwijtbaarheid mogen worden gecombineerd. Beide verhogingen kunnen onafhankelijk van elkaar worden vastgesteld en toegepast.

Aanbeveling 5: praktische rekenregels bij meervoudig letsel

Soms heeft een slachtoffer meerdere soorten letsel. De aanbevelingen geven hiervoor duidelijke rekenregels:

1. Begin met het zwaarste letsel en tel dat volledig mee.

2. Het tweede zwaarste letsel wordt voor 50% meegeteld.

3. Tel deze bedragen bij elkaar op.

4. Pas daarna eventuele extra opslagen toe (voor jonge slachtoffers of opzet en ernstige verwijtbaarheid). Letsel dat daarna nog overblijft, telt niet apart mee, maar kan wel een rol spelen bij het bepalen waar je binnen de bandbreedte uitkomt.

Aanbeveling 6: belangrijke factor is de duur van het letsel

Bij het vaststellen van smartengeld kijkt de rechter niet alleen naar de aard en ernst van het letsel, maar ook naar hoe lang het herstel duurt. Hoe langer het letsel duurt en hoe ingrijpender de gevolgen voor het dagelijkse leven zijn, hoe hoger het smartengeld meestal zal uitvallen.

Er is geen harde lijn tussen tijdelijk en blijvend letsel. De rechter maakt wel onderscheid in drie categorieën:

- Kortdurend letsel: herstel binnen 6 maanden.

- Langdurig letsel: hersteltijd tot 2 jaar.

- Blijvend letsel: klachten die na 2 jaar nog steeds bestaan.

Tot slot

De aanbevelingen zijn niet bindend, maar bieden rechters houvast voor een eerlijkere en meer voorspelbare toekenning van smartengeld. De rechter blijft altijd kijken naar de omstandigheden van het individuele geval.

Wil je aanspraak maken op smartengeld? Houd er rekening mee dat het aanvragen vaak een lang en ingewikkeld proces is. Het is verstandig om juridische hulp in te schakelen, bijvoorbeeld van een advocaat. Zo vergroot je de kans op een passende vergoeding.

Heeft u na het lezen van deze blog nog vragen over smartengeld of een ander juridisch onderwerp? U bent van harte welkom op ons inloopspreekuur, iedere dinsdagavond van 19.30 tot 20.30 uur in De Pas. Onze vrijwilligers staan voor u klaar om u kosteloos te helpen met juridisch advies.